Sommige kinderen vinden lezen vanaf het begin leuk. Ze pakken enthousiast een boek en willen weten wat er op de volgende bladzijde staat. Maar wat doe je als een kind juist een enorme weerstand tegen lezen heeft?
Jaren geleden begeleidde ik een bijzonder intelligente jongen uit groep 3. Ik noem hem hier Cas.
Cas had veel moeite met lezen. Zodra ik een boek tevoorschijn haalde, veranderde zijn stemming. Hij werd boos, wilde niet lezen en duwde het boek het liefst meteen weer weg.
Ik merkte al snel dat nóg meer oefenen met gewone leesboekjes ons waarschijnlijk niet verder zou helpen. Daarom besloot ik het eens helemaal anders aan te pakken. Ik vroeg me af: Wat vindt hij wél leuk?
Cas hield ontzettend van tekenen en bleek er ook nog eens veel talent voor te hebben. Daar moest ik iets mee kunnen.
Ik begon daarom zelf heel eenvoudige, korte teksten voor hem te schrijven. Bij iedere tekst maakte ik een groot leeg vak waarin hij mocht tekenen.
Maar daar zat natuurlijk een kleine truc achter…
Om te weten wat hij moest tekenen, moest hij eerst de tekst lezen.
En dat werkte, want lezen kreeg opeens een doel. Cas las niet omdat hij van mij moest oefenen. Hij las omdat hij wilde weten wat hij daarna mocht tekenen. En langzaam zag ik zijn weerstand afnemen.
Het idee dat ooit voor één leerling ontstond, hebben we later uitgewerkt tot Kampioen in lezen. Op ieder werkblad staat een kort verhaaltje met vijf eenvoudige zinnen. Het kind leest de tekst en tekent vervolgens wat het heeft gelezen.
Voor NT2-leerlingen hebben we daarnaast een speciale versie gemaakt met ondersteunende afbeeldingen. Die extra visuele ondersteuning kan ook prettig zijn voor andere beginnende lezers die nog wat extra houvast nodig hebben.